Overblijven

Op de Kameleon is de tussentijdse opvang als volgt geregeld:
De kinderen geven ’s ochtends bij de leerkracht aan of zij deze dag over zullen blijven.
Uw kind brengt zelf een tas met lunchpakketje mee. Daarin kunt u drinken van thuis meegeven, maar er is ook een mogelijkheid om op school drinken te bestellen. Er is keuze tussen melk en thee.

De kosten voor het overblijven zijn vanaf 21 oktober 2013 (na de herfst-vakantie) als volgt:
- Per losse overblijf: € 2,- (graag gepast meegeven aan uw kind in een enveloppe of portemonnee.)
- Een strippenkaart van 10 overblijfdagen: € 20,- (inclusief drinken)
- Een strippenkaart van 20 overblijfdagen: € 35,- (inclusief drinken)

De strippenkaarten staan op naam van uw kind. Eventuele broertjes of zusjes moeten zelf een kaart aanschaffen.
 

De overblijfkrachten bewaren de kaart en wanneer deze bijna vol is, krijgt u daarvan bericht. De strippenkaarten blijven geldig en wanneer uw kind de school verlaat, krijgt u het resterende bedrag dat nog op de kaart staat, terug.
 

De overblijfkrachten zijn aanwezig op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 11.30 uur tot 13.30 uur. Mocht u niet in de gelegen-heid zijn om dan naar school te komen dan kunt u ook het geld in de brievenbus (met slot stoppen) die in de berging bij het overblijven hangt.

Wij vragen u zoveel mogelijk gebruik te maken van de strippen-kaarten en indien dit niet mogelijk is, zoveel mogelijk gepast geld mee te geven aan uw kind. Dit is voor de overblijfkrachten veel efficiën-ter. Er is namelijk niet zo veel kleingeld op school aanwezig i.v.m. de veiligheid.

OVERBLIJVEN
1. Overblijven is de verantwoordelijkheid van school.
2. We spreken met elkaar een aantal gedragsregels af (zie onder).
3. Deze worden met grote regelmaat door de leerkrachten met de overblijvers doorgenomen.
4. Overtredingen op deze regels worden in eerste instantie gecorrigeerd door de overblijfgroep. Hierbij wordt geen straf uitgedeeld door de overblijfgroep.
5. Mochten er dan nog problemen zijn, dan worden die doorgespeeld naar de betrokken leerkracht. De leerkracht handelt dit verder af, eventueel in samenspraak met de betrokken ouders.
6. Per overblijfkracht kunnen vijftien leerlingen overblijven. Er wordt door de huidige groep een extra kracht gezocht voor de drukke dagen
7. Het overblijven wordt op de site en in de schoolgids gecommuniceerd. Eventueel wordt er ook in de Nieuwsbrief ruimte voor ingeruimd.
8. Vanuit de overblijfgroep moet er goed toezicht zijn op de gang van zaken binnen het schoolgebouw (niet rennen, niet schreeuwen, de school niet gebruiken als speelplaats).
9. Ook bij het buitenspelen moet er voldoende toezicht zijn (maximaal 15 leerlingen per overblijfkracht).
10. Evenementen worden tijdig doorgegeven, zodat de organisatie daarop kan inspelen.
11. Er worden evaluatiemomenten tussen overblijfkrachten en managementteam ingepland.

Gedragsregels:
a. In de school wordt niet gerend.
b. De school wordt ook niet gebruikt voor het spelen van verstoppertje – tikkertje – of buitenspelletjes
c. Er wordt niet geschreeuwd tijdens het overblijven.
d. Als de leerlingen naar het overblijven gaan, dan nemen zij hun jas en tas mee naar de overblijfplek.
e. Als de leerlingen klaar zijn met overblijven, dan blijven de tas en eventueel de jas bij de overblijfplek.
f. De overblijfkrachten worden met respect aangesproken door de leerlingen en uiteraard ook andersom. De leerkracht kan hiervoor worden ingeschakeld.
g. Tijdens het overblijven is er buiten voldoende toezicht.
h. Tijdens het overblijven mogen de kinderen niet in de klassen komen en niet op de computers in de gangen.
i. Karren etc. (rollend materiaal) worden alleen gebruikt door leerlingen van groep 1-2 en 3.
j. Kinderen mogen niet van de speelplaats af. Om 13.05 uur (bij de “bel”) mogen de kinderen die niet overblijven de speelplaats op.
k. Er mag gevoetbald worden (met een foambal).
l. Er moet een goede terugkoppeling zijn tussen overblijfkrachten en leerkrachten vice versa.
m. Wanneer een leerling na 12.00 uur de leerkrachte mag/moet helpen, meldt de leerkracht dit zelf aan de overblijfkrachten.
o. Jassen en tassen op de juiste plek ophangen.